ECLI:NL:HR:1996:AA1993
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1990 wegens reiskostenforfait
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 81.427. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het hof.
De Hoge Raad beoordeelde het beroep en oordeelde dat de wettelijke regeling die het verhoogde reiskostenforfait alleen toekent aan belastingplichtigen die een openbaar-vervoerverklaring (OVK) kunnen overleggen, een objectieve en redelijke rechtvaardiging kent. Dit onderscheid is gebaseerd op uitvoerbaarheid en controleerbaarheid, zoals ook eerder door de Hoge Raad is bevestigd.
Verder geldt het vereiste van een OVK niet voor het verhoogde reiskostenvergoedingforfait, maar de voorwaarden in de uitvoeringsregeling waarborgen dat de werkgever controleert dat er daadwerkelijk met openbaar vervoer wordt gereisd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat dit een feitelijke beoordeling vergt die in cassatie niet aan de orde is.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 9 augustus 1996 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1990 wordt bevestigd.