ECLI:NL:HR:1996:AA1978
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt termijnoverschrijding aanslag vennootschapsbelasting niet aannemelijk
X B.V. kreeg voor het jaar 1988 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar door de inspecteur werd verminderd. Tegen deze vermindering ging X B.V. in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde X B.V. cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inspecteur de aanslag binnen de wettelijk voorgeschreven termijn had vastgesteld, rekening houdend met een verleend uitstel op grond van de Uitstelregeling belastingconsulenten. Het hof oordeelde dat uit de stukken en het gedrag van partijen mocht worden afgeleid dat X B.V. na een aanmaning om aangifte te doen, nogmaals uitstel had gevraagd en gekregen tot 28 februari 1990.
De Hoge Raad stelde vast dat dit oordeel feitelijk was en niet onbegrijpelijk, zodat het cassatieberoep op dat punt faalde. Ook het betoog dat de inspecteur de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheid, zou hebben geschonden, werd verworpen omdat daarvoor geen feitelijke grondslag bestond.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Het arrest werd op 14 februari 1996 uitgesproken door de vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Jansen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aanslag binnen de wettelijke termijn was opgelegd.