ECLI:NL:HR:1996:AA1968
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling reistijd woon-werkverkeer bij belastbaar inkomen leraar
Belanghebbende, een deeltijdleraar, kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 44.147,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of de reistijd voor het woon-werkverkeer moet worden meegeteld bij de duur van de werkzaamheden die elders dan in de kantoorruimte thuis worden verricht, in het kader van artikel 36, lid 1, letter b, onder 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Hoge Raad stelt dat reistijd alleen moet worden meegerekend indien de arbeidsovereenkomst dit voorschrijft en het loon daarop is afgestemd.
Het Hof had de reistijd wel meegerekend, maar had niet vastgesteld of de arbeidsovereenkomst dit voorschreef. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor nadere behandeling, waarbij ook onderzoek moet worden gedaan naar de vraag of pauzetijd en aanwezigheidstijd rondom de lessen zijn inbegrepen in de opgegeven klokuren.
Tot slot beslist de Hoge Raad over de proceskosten en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.