ECLI:NL:HR:1996:AA1963
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ambtelijk verzuim inspecteur
Belanghebbende was aanvankelijk aangeslagen voor een belastbaar inkomen van ƒ 18.659,- over 1988, waarna een navorderingsaanslag werd opgelegd van ƒ 547.147,-. Het Hof had deze navorderingsaanslag verminderd zonder verhoging. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had aangenomen dat de inspecteur geen nader onderzoek hoefde te doen naar de waarde van de aandelen, omdat de notariële akten en een deskundigenverklaring slechts de nominale waarde van de aandelen aangaven. De inspecteur had volgens de Hoge Raad wel degelijk een ambtelijk verzuim begaan door geen onderzoek te verrichten naar de economische waarde van de aandelen.
Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën de proceskosten van belanghebbende in cassatie moest vergoeden. De Hoge Raad stelde zelf de zaak af en vernietigde het arrest van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag wegens ambtelijk verzuim van de inspecteur en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten.