ECLI:NL:HR:1996:AA1955
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over loonbelastingdienstbetrekking seizoenarbeiders bloembollenkweker
Belanghebbende, een bloembollenkweker, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over het jaar 1991 wegens het niet inhouden en afdragen van loonheffing voor seizoenarbeiders. De Inspecteur stelde dat deze seizoenarbeiders in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden, terwijl belanghebbende dit ontkende.
Het Hof vernietigde de naheffingsaanslag gedeeltelijk en kwalificeerde de arbeidsverhouding van de bollenpellers als een fictieve dienstbetrekking op grond van artikel 3, lid 1, letter a, van de Wet op de loonbelasting 1964. De Staatssecretaris stelde in cassatie dat ook de landarbeiders als privaatrechtelijke werknemers moesten worden beschouwd, hetgeen het Hof had verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat de landarbeiders niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden, omdat de omstandigheden dat zij zich vrijblijvend opstelden en dat belanghebbende naar believen werkers kon aannemen of wegsturen, dit niet uitsluiten. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De middelen van belanghebbende tegen de kwalificatie van de bollenpellers faalden, omdat het pellen van bollen als het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard kan worden beschouwd, passend bij een overeenkomst van aanneming van werk. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor herbeoordeling van de dienstbetrekking van landarbeiders.