ECLI:NL:HR:1996:AA1910
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ondernemingsvermogen aandelen en obligaties apotheker
Belanghebbende, een apotheker, was lid van een coöperatieve apothekersvereniging en bezat aandelen en obligaties in deze vereniging. Voor het jaar 1990 werd hem een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, waarbij de vraag speelde of de rente op de obligaties onder de rentevrijstelling viel of tot het ondernemingsvermogen moest worden gerekend.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat zowel de aandelen als de obligaties tot het verplichte ondernemingsvermogen van belanghebbende behoorden, mede vanwege de statutaire bepalingen en de relatie tussen aandelen en obligaties. Het Hof nam aan dat het verschil in rente (écart) van vier procent een verkapte korting was, maar motiveerde dit onvoldoende.
De Hoge Raad stelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het écart als verkapte korting moet worden beschouwd en waarom de aandelen en obligaties tot het ondernemingsvermogen behoren. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor nadere behandeling en motivering.
De Hoge Raad wijst tevens op de proceskostenregeling en geeft belanghebbende gelegenheid zich uit te laten over een eventuele veroordeling van de wederpartij in de kosten van cassatie.
Dit arrest is op 16 augustus 1996 uitgesproken door de Hoge Raad onder voorzitterschap van vice-president R.J.J. Jansen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor nadere behandeling.