ECLI:NL:HR:1996:AA1909
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake proceskostenveroordeling bij intrekking beroepschrift belastingaanslag
Belanghebbende had een beroepschrift ingediend tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1992, maar dit beroepschrift later ingetrokken nadat de Inspecteur de aanslag ambtshalve tot nihil had verminderd. Belanghebbende verzocht het Hof Leeuwarden om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten van het beroepsproces. Het Hof wees dit verzoek af omdat de aanslag aanvankelijk was opgelegd in overeenstemming met de aangifte en in de bezwaarfase de grief niet was aangevoerd.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze afwijzing. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet in alle gevallen waarin een beroep wordt ingetrokken wegens volledige tegemoetkoming door de Inspecteur automatisch tot proceskostenveroordeling moet overgaan, maar van geval tot geval moet beoordelen of daartoe gronden bestaan.
De Hoge Raad vond echter dat het Hof ten onrechte alleen de gang van zaken in de bezwaarfase en verwijten aan de Inspecteur had betrokken, terwijl het had moeten beoordelen of de noodzaak tot het instellen van het beroep uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van belanghebbende. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.
Daarnaast werd belanghebbende het griffierecht van ƒ 300,-- vergoed en kreeg hij gelegenheid zich uit te laten over een eventuele proceskostenveroordeling van de wederpartij in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.