ECLI:NL:HR:1996:AA1902
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over splitsing koopsom bij verkoop landbouwonderneming
Belanghebbende heeft in 1989 zijn landbouwonderneming, geëxploiteerd in maatschap met zijn zoon, gestaakt en de boerderij met grond en melkquotum verkocht. De koopsom werd gesplitst in bedragen voor grond, melkquotum en opstallen. De Inspecteur stelde een hogere waarde toe aan de opstallen dan belanghebbende.
Het Hof Arnhem bevestigde de aanslag van de Inspecteur, waarbij het Hof oordeelde dat de koper akkoord was gegaan met de splitsing van de koopsom, maar deze onjuist achtte. Belanghebbende stelde dat er sprake was van wilsovereenstemming over de splitsing, terwijl de koper niet gedwongen kon worden akkoord te gaan.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onjuiste bewijslastverdeling toepaste door de stelling van de Inspecteur als onweersproken te beschouwen. De koopakte toont immers aan dat de koper instemde met de splitsing. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het Hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Daarnaast beslist de Hoge Raad over de proceskosten, waarbij de Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en helft van de kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor herbeoordeling naar het Hof 's-Hertogenbosch.