ECLI:NL:HR:1996:AA1891
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van begrip 'in gebruik zijnde' in Wet investeringsrekening door Minister
X N.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een afwijzende beschikking van de Minister van Economische Zaken inzake een verklaring omtrent investeringen volgens de Wet investeringsrekening (WIR). Na handhaving van deze beschikking door de Minister, stelde X beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, dat het beroep verwierp.
X stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, stellende dat de Minister de term 'in gebruik zijnde' in de Aanwijzingsbeschikking energietoeslag WIR onjuist had uitgelegd. De Hoge Raad overwoog dat het cassatieberoep zich slechts kon richten op schending van artikel 1 van Pro de WIR, maar dat de bestreden uitspraak van het College niet handelde over de begrippen genoemd in dat artikel.
De Hoge Raad oordeelde dat de Minister de term 'in gebruik zijnde' terecht feitelijk heeft uitgelegd en dat de middelen van X niet tot cassatie konden leiden. Er werden geen proceskosten aan X opgelegd. Het beroep werd verworpen en het arrest op 10 januari 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X N.V. wordt verworpen; de Minister heeft de term 'in gebruik zijnde' terecht feitelijk uitgelegd.