ECLI:NL:HR:1996:AA1889

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 1996
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30331
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Bellaart
  • Van der Putt-Lauwers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid bezwaar en vermindering aanslag inkomstenbelasting 1986

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Zijn bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard, maar de aanslag werd ambtshalve verminderd naar een belastbaar inkomen van ƒ 87.993.

Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur vernietigde, het bezwaar ontvankelijk verklaarde en de aanslag verder verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 83.118.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet bevoegd is om de zaak terug te verwijzen naar de Inspecteur na vernietiging van diens uitspraak, maar verwerpt het cassatieberoep verder zonder nadere motivering. Er worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 83.118.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 mei 1994 betreffende de hem voor het jaar 1986 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1986 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd. In het tegen deze aanslag gemaakte bezwaar is belanghebbende bij uitspraak van de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard, bij welke uitspraak de Inspecteur tevens de aanslag ambtshalve heeft verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 87.993,--. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft vernietigd, belanghebbende alsnog ontvankelijk in zijn bezwaar heeft verklaard en de aanslag heeft verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 83.118,--. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden. Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. E.J. Pot, advocaat te 's-Gravenhage.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie. 3.1. Aangezien een gerechtshof niet de bevoegdheid heeft om, na vernietiging van de uitspraak van de inspecteur, de zaak naar de inspecteur terug te verwijzen, kan hetgeen in de middelen onder "meer subsidiair" wordt aangevoerd, reeds daarom niet tot cassatie leiden. 3.2. De middelen kunnen voor het overige evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 17 januari 1996 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Bellaart en Van der Putt-Lauwers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Lubbers, en op die datum in het openbaar uitgesproken.