ECLI:NL:HR:1996:AA1884
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert belastingaanslag na beoordeling kasgeld-BV constructie en wetsontduiking
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde een nieuwe aanslag vast, waarbij het leerstuk van wetsontduiking werd toegepast op de verkoop van aandelen in een kasgeld-BV.
De Hoge Raad oordeelde dat de toetreding van een nieuwe aandeelhouder in de werkmaatschappij geen onderdeel vormde van een samenhangend geheel van rechtshandelingen en dat het hof het vertrouwen in een resolutie van de Staatssecretaris terecht niet had gehonoreerd. Het hof had terecht geoordeeld dat de verkoop van aandelen aan een bank gericht was op belastingverijdeling.
Uiteindelijk vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de belastingvermindering op grond van artikel 59 van Pro de Wet betrof, en stelde de aanslag definitief vast met een vermindering van 20% van de waarde van het ingebracht aandelenpakket. Tevens werden proceskosten en griffierechten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag inkomstenbelasting met ƒ 104.900,-- en vernietigt het hofarrest voor zover het de belastingvermindering betreft.