ECLI:NL:HR:1996:AA1850
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Herrmann
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening inkomstenbelasting over WAO-uitkering met pensioen in tabeltarief
Belanghebbende, een Canadese ingezetene, kreeg voor het jaar 1988 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over zijn pensioen en WAO-uitkering. Het pensioen viel onder het belastingverdrag tussen Nederland en Canada en mocht slechts met 15% worden belast, terwijl de WAO-uitkering volledig onder de Nederlandse belasting viel.
Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, waarbij het Hof het pensioen meenam in de berekening van het tabeltarief voor de WAO-uitkering. In cassatie stond alleen de vraag centraal of het pensioen bij de berekening van de belasting over de WAO-uitkering betrokken mocht worden.
De Hoge Raad oordeelde dat het belastingverdrag dit niet verhindert en dat het pensioen volgens de Nederlandse wetgeving tot het inkomen behoort dat naar het tabeltarief wordt belast. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het oordeel van het Hof werd bevestigd.
De Hoge Raad wees ook een motiveringsklacht af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 27 maart 1996 uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Stoffer.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het oordeel van het Hof bevestigd dat het pensioen moet worden betrokken bij de berekening van de inkomstenbelasting over de WAO-uitkering.