ECLI:NL:HR:1996:AA1844
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid inspecteur bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende was in 1987 aanvankelijk aangeslagen voor een belastbaar inkomen van ƒ196.602, maar kreeg een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ202.377 en een verhoging van 100%, waarvan 25% werd kwijtgescholden. Het hof bevestigde deze aanslag en de verhoging.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de inspecteur die de navorderingsaanslag oplegde niet bevoegd was, omdat deze verschilde van de inspecteur die de oorspronkelijke aanslag had vastgesteld. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een navorderingsaanslag alleen door dezelfde inspecteur kan worden vastgesteld, tenzij bevoegdheden zijn overgegaan.
De Hoge Raad onderzoekt de Organisatieregeling Belastingdienst en concludeert dat de bevoegdheden inderdaad zijn overgegaan op de inspecteur die de navorderingsaanslag heeft opgelegd. Omdat belanghebbende als notaris een onderneming uitoefent en geen aanwijzingen zijn dat een ander hoofd bevoegd was, is het hof terecht uitgegaan van de bevoegdheid van de inspecteur.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 29 mei 1996 uitgesproken door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest wordt bevestigd.