ECLI:NL:HR:1996:AA1825
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting wegens onterecht toegepaste brutering vakantiegeld
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg over de jaren 1986 tot en met 1989 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd. Deze aanslag werd na bezwaar verminderd tot ƒ 14.120,--. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de aanslag bevestigde.
In cassatie stelde belanghebbende dat de toegepaste brutering van het loonbedrag, met betrekking tot vakantiegeld in de vorm van vakantie(toeslag)bonnen, onterecht was. De Hoge Raad overwoog dat belanghebbende het vakantiegeld niet in het Vakantiefonds had gestort, maar direct aan werknemers had uitbetaald. De Inspecteur had de gedeeltelijke vrijstelling voor deze aanspraken ongedaan gemaakt en het loonbedrag gebruteerd.
De Hoge Raad oordeelde dat de brutering niet terecht was omdat het vakantiegeld fiscaal erkend gedeeltelijk vrijgesteld was en niet als loon uit dienstbetrekking kon worden beschouwd. Daarom moest de naheffingsaanslag worden verminderd tot ƒ 9.861,--. Tevens werden proceskostenvergoedingen toegekend en werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de kostenveroordeling van de wederpartij.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd tot ƒ 9.861,-- wegens onterechte brutering van vakantiegeld.