ECLI:NL:HR:1996:AA1808
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen teruggaaf omzetbelasting administratiekosten bibliotheek
De Stichting X exploiteert een bibliotheek en bracht administratiekosten in rekening bij overschrijding van de uitleentermijn. Over deze kosten had zij tot november 1991 omzetbelasting voldaan. Na een arrest van de Hoge Raad in 1991 werd geoordeeld dat dergelijke administratiekosten niet aan omzetbelasting onderworpen zijn. De belanghebbende diende daarop een bezwaar in tegen de heffing over december 1990, maar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn van twee maanden.
Het gerechtshof bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, waarop belanghebbende cassatie instelde. Zij voerde aan dat op grond van het Europese recht, en met name de Zesde BTW-richtlijn en het arrest Emmott van het HvJ EG, de nationale termijn niet mocht worden toegepast omdat de richtlijn niet correct was omgezet. De Hoge Raad verwierp dit verweer, stellende dat de richtlijn correct in nationaal recht was geïmplementeerd en dat het arrest Emmott niet van toepassing was.
Ook het argument dat de overheid ongerechtvaardigd was verrijkt door de weigering tot ambtshalve teruggaaf faalde, omdat tegen een dergelijke weigering geen beroep openstaat. De Hoge Raad oordeelde dat de belanghebbende zich tijdig had kunnen beroepen op rechtsmiddelen en dat de nationale procedurevoorschriften in dit geval niet in strijd waren met het gemeenschapsrecht.
Tot slot wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en bevestigde het hofarrest. Het arrest werd op 10 april 1996 in het openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Jansen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat belanghebbende niet-ontvankelijk is in haar bezwaar tegen teruggaaf omzetbelasting.