ECLI:NL:HR:1996:AA1800
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering verhuurde grond buiten landbouwvermogen voor vermogensbelasting
Belanghebbende, een landbouwondernemer, kreeg voor het jaar 1991 een aanslag vermogensbelasting opgelegd over een vermogen van ƒ 771.000,--. Een deel van dit vermogen betrof grond die was verhuurd voor aardgaswinning aan A BV tegen een huurprijs van ƒ 9.070,50 per hectare. De Inspecteur verleende een oudedagsvrijstelling, maar handhaafde het vastgestelde vermogen.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Leeuwarden, dat het oordeel van de Inspecteur bevestigde. Het Hof oordeelde dat de verhuurde grond niet bestemd was voor de landbouwuitoefening en daarom niet als landbouwgrond mocht worden gewaardeerd volgens de gebruikelijke gedragslijn. Tevens verwierp het Hof de stelling dat de huurprijs deels een vergoeding voor inkomensderving was, en stelde dat de volledige huurprijs bepalend was voor de waarde in het economische verkeer.
In cassatie voerde belanghebbende diverse klachten aan, maar de Hoge Raad verwierp deze. Het oordeel van feitelijke aard van het Hof was niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Ook de proceskosten werden niet toegewezen. Het arrest werd op 10 januari 1996 uitgesproken door de vice-president Stoffer en raadsheren Zuurmond en Fleers.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de waardering van de verhuurde grond buiten het landbouwvermogen.