ECLI:NL:HR:1996:AA1774
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over pachtersvoordeel bij verkoop en verpachting landbouwgrond
Belanghebbende, een melkveehouder, was tot oktober 1983 pachter van landbouwgrond die hij vervolgens in eigendom verkreeg tegen een lagere prijs dan de vrije waarde, waardoor een pachtersvoordeel ontstond. In 1989 verkocht hij de grond en verpachtte deze terug voor twaalf jaar. De Inspecteur rekende het pachtersvoordeel tot de winst, maar het Hof stelde vast dat dit voordeel niet was vrijgesteld en paste de ruilgedachte toe, waardoor uitstel van winstneming mogelijk was.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris gingen in cassatie tegen het Hofarrest. De Hoge Raad verwierp beide beroepen. De Raad bevestigde dat het pachtersvoordeel economisch en functioneel verbonden blijft aan het pachtrecht en dat activering van het pachtrecht het pachtersvoordeel tot uitstel van winstneming leidt. Het Hof had geen onjuiste rechtsopvatting gegeven en de waarderingen van feitelijke aard waren niet in cassatie toetsbaar.
De Hoge Raad benadrukte dat goed koopmansgebruik toelaat het pachtrecht te activeren en dat het pachtersvoordeel als gerealiseerd moet worden beschouwd bij activering. De ruilgedachte voorkomt dat bij vervreemding met terughuur direct belastingheffing over het pachtersvoordeel plaatsvindt, wat de continuïteit van de onderneming beschermt. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van belanghebbende en de Staatssecretaris en bevestigde de uitspraak van het Hof dat het pachtersvoordeel tot de winst behoort met toepassing van de ruilgedachte.