ECLI:NL:HR:1996:AA1758
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake proceskostenveroordeling bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1985, maar trok dit beroep in. Vervolgens verzocht hij om veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten van het beroep bij het hof. Het hof veroordeelde de Inspecteur tot betaling van proceskosten van ƒ 710,--.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld door geen rekening te houden met het feit dat het standpunt van de Inspecteur ook gevolgen had voor latere jaren, terwijl belanghebbende alleen beroep had ingesteld over 1985. De Hoge Raad benadrukte dat de wegingsfactor voor het belang van de zaak ook kan worden vastgesteld op basis van bredere gevolgen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van het cassatieberoep aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.