ECLI:NL:HR:1996:AA1743
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag en verhoging in vermogensbelasting na fraudeonderzoek
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap, kreeg een navorderingsaanslag vermogensbelasting opgelegd over 1986, verhoogd met 100% wegens opzettelijke onjuiste aangiften. Het Hof had deze aanslag verminderd, maar de verhoging en weigering tot kwijtschelding gehandhaafd.
In cassatie betoogde belanghebbende dat het Hof onvoldoende had onderzocht of schulden van voor 1985 als aftrekpost konden gelden, dat de verhoging niet gerechtvaardigd was en dat de Inspecteur niet voldeed aan de informatieplicht onder artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht geen rekening hield met jaren waarover geen navordering mogelijk was en dat de Inspecteur tijdig en concreet had geïnformeerd.
De Hoge Raad bevestigde dat de omvangrijke fraude en het ontbreken van een pleitbaar standpunt de verhoging rechtvaardigden. De hoogte van de boete was passend gezien de omvang van de ontdoken belasting. Het cassatieberoep werd verworpen zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag met 100% verhoging blijft gehandhaafd.