ECLI:NL:HR:1996:AA1742
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing kapitaalsbelasting bij informele kapitaalstorting via middellijke aandeelhouder
Belanghebbende, X B.V., ontving in 1984 een bedrag van haar grootmoedermaatschappij, aangeduid als een gift, ter compensatie van geleden verliezen. De inspecteur kwalificeerde deze gift als een informele kapitaalstorting in de zin van artikel 34 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) en legde een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting op. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd.
In cassatie stelde belanghebbende dat de storting door de grootmoeder niet als een prestatie van de aandeelhouder (de moeder) kon worden aangemerkt en dat de heffing in strijd was met de richtlijn 69/335/EEG. De Hoge Raad oordeelde dat de prestatie van de middellijke aandeelhouder gelijkgesteld moet worden aan die van de directe aandeelhouder, mede gelet op de strekking van de wet en de Europese richtlijn.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de kapitaalstorting aan de moeder als aandeelhouder kan worden toegerekend, waardoor de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het arrest benadrukt dat het omzeilen van kapitaalsbelasting door het omleiden van kapitaalstromen binnen concernverbanden niet is toegestaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting wegens informele kapitaalstorting.