ECLI:NL:HR:1996:AA1700
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over toerekening tantièmes aan winstjaar 1991
Belanghebbende exploiteert een boekhandel en drukkerij en kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelastingpremie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 159.680,--. Na bezwaar en beroep bij het hof werd deze aanslag gehandhaafd. De discussie betrof de vraag of de in 1993 toegekende tantièmes aan zijn drie zonen ten laste van de winst van 1991 konden worden gebracht of pas ten laste van 1993.
Het hof oordeelde dat de tantièmes niet ten laste van 1991 konden worden gebracht omdat zij pas in 1993 waren vastgesteld en toegezegd, en dat dit in strijd zou zijn met goed koopmansgebruik. De Hoge Raad stelde echter vast dat de tantièmes betrekking hadden op werkzaamheden in 1991 en dat het niet in strijd was met goed koopmansgebruik om deze ten laste van 1991 te brengen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 102.080,-- en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. De Hoge Raad kon de zaak zelf afdoen omdat de middelen gegrond waren.
De uitspraak werd gedaan op 4 september 1996 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, en het arrest werd in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 102.080,--.