ECLI:NL:HR:1996:AA1516
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over waardeverandering landbouwgrond en verwijst zaak terug
Belanghebbende, vennoot in een vennootschap onder firma met een tuinbouwbedrijf, had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van het voordeel uit waardeverandering van een stuk grond behorende tot zijn landbouwbedrijf. De Inspecteur stelde het voordeel op nihil, hetgeen door het hof werd bevestigd. De grond was op 15 februari 1985 uit de vennootschap aan belanghebbende toegekend en daarop was een woonhuis gebouwd.
Een taxatierapport stelde de waarde van de grond per 15 februari 1985 op f 25.000, terwijl de agrarische waarde ongeveer f 1.200 bedroeg. Het geschil draaide om de vraag of er per 31 maart 1986 sprake was van een voordeel uit waardeverandering volgens artikel 70 lid 1 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende stelde dat het positieve verschil tussen de economische waarde en de agrarische waarde de bestemmingswijzigingswinst vormde, terwijl de Inspecteur betoogde dat geen reële kans bestond op spoedige aanwending buiten agrarisch gebruik en dat de hogere waarde een imaginaire was.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de economische waarde hoger was dan de agrarische waarde. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde het arrest. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling met inachtneming van het arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling met inachtneming van dit arrest.