ECLI:NL:HR:1995:AA3165
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Herrmann
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid artikel 24 lid 5 Successiewet bij overdracht economische en juridische eigendom met kwijtschelding
Belanghebbende verkocht haar zoon de economische eigendom van een onroerende zaak tegen een koopsom van ƒ125.000, waarbij een deel van de koopsom werd kwijtgescholden. Later droeg zij de juridische eigendom over en schold opnieuw een deel van de schuld kwijt. De Inspecteur legde overdrachtsbelasting en schenkingsrecht op zonder toepassing van artikel 24 lid 5 van Pro de Successiewet 1956. Het Hof bevestigde dit oordeel, stellende dat de overdrachten niet als één samenstel van rechtshandelingen konden worden beschouwd.
In cassatie stelde belanghebbende dat artikel 24 lid 5 wel Pro van toepassing moest zijn, omdat de kwijtschelding en overdracht van juridische eigendom samenhingen. De Hoge Raad verwierp dit en overwoog dat voor toepassing van deze bepaling sprake moet zijn van een samenstel van rechtshandelingen dat als één geheel moet worden beschouwd, hetgeen hier niet het geval was. De overdracht van economische eigendom en de daaropvolgende juridische eigendomsoverdracht met kwijtschelding vonden niet binnen een korte termijn plaats en er was geen schriftelijke overeenkomst die een nauwere samenhang aannemelijk maakte.
De Hoge Raad benadrukte dat economische eigendom slechts een complex van verplichtingen betreft en dat de waarde van het goed bij de overdracht van juridische eigendom als maatstaf van heffing geldt. De kwijtschelding had betrekking op een schuld die niet in samenhang met de juridische eigendomsoverdracht was ontstaan. Het beroep in cassatie werd verworpen en proceskosten werden niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; geen toepassing van artikel 24 lid 5 Successiewet 1956 op de overdracht van economische en juridische eigendom met kwijtschelding.