ECLI:NL:HR:1995:AA3162
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid verzet tegen premieheffing volksverzekeringen wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende werd voor het jaar 1986 een aanslag in de premieheffing volksverzekeringen opgelegd. Tegen deze aanslag maakte hij bezwaar, maar werd wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Het verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd door het Gerechtshof Amsterdam eveneens wegens termijnoverschrijding afgewezen.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het hof. De Hoge Raad constateerde dat het verzetschrift te laat was ingediend, namelijk één dag na het verstrijken van de zeswekentermijn. Hoewel het hof niet had gemotiveerd waarom de te late indiening tot niet-ontvankelijkheid leidde, achtte de Hoge Raad dit een motiveringsgebrek dat niet tot vernietiging van de uitspraak kon leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat ook als het verzet ontvankelijk zou zijn, het ongegrond zou blijven omdat de aanslag terecht was opgelegd. Om proceseconomie werd het beroep verworpen zonder verwijzing, maar belanghebbende kreeg wel vergoeding van de griffierechten. Tevens werd belanghebbende gelegenheid gegeven zich uit te laten over een mogelijke proceskostenveroordeling van de wederpartij.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het verzet wegens termijnoverschrijding blijft in stand.