ECLI:NL:HR:1995:AA3150

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 1995
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30699
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Van der Linde
  • Bellaart
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1988

X B.V. was voor het jaar 1988 aanvankelijk aangeslagen in de vennootschapsbelasting naar een belastbaar bedrag van ƒ 4.577.860, met investeringsbijdragen ter vermindering van ƒ 1.531.014. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd met dezelfde belastbare grondslag, maar met een vermindering van de investeringsbijdragen tot ƒ 356.938 en een verhoging van 100% op de nagevorderde belasting, waarvan 75% werd kwijtgescholden door de inspecteur.

X B.V. ging in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de navorderingsaanslag matigde tot een verhoging van ƒ 20.326, waarvan ƒ 15.245 werd kwijtgescholden. Tegen dit arrest stelde X B.V. cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat. Tevens worden geen proceskosten aan de zijde van partijen toegewezen. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 september 1994 betreffende na te melden navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag en geding voor het Hof Aan belanghebbende, die aanvankelijk voor het jaar 1988 in de vennootschapsbelasting was aangeslagen naar een belastbaar bedrag van ƒ 4.577.860,--, onder vermindering van de belasting met investeringsbijdragen ten bedrage van ƒ 1.531.014,--, is over dat jaar een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 4.577.860,--, onder vermindering van de belasting met investeringsbijdragen ten bedrage van ƒ 356.938,--, met een verhoging van de nagevorderde belasting van 100 percent, van welke verhoging bij besluit van de Inspecteur tot op 75 percent kwijtschelding is verleend. Belanghebbende is tegen die aanslag en dat besluit in beroep gekomen bij het Hof, dat de navorderingsaanslag heeft verminderd tot een navorderings- aanslag naar een belastbaar bedrag van ƒ 4.577.860,-- onder vermindering van de belasting met investeringsbijdragen ten bedrage van ƒ 356.938,--, met een verhoging van de belasting ten bedrage van ƒ 20.326,--, waarvan ƒ 15.245,-- wordt kwijtgescholden.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel van cassatie voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 13 december 1995 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Linde en Bellaart, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.