ECLI:NL:HR:1995:AA3145
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest Hof inzake naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onjuiste toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende exploiteert een manege en diende zijn omzetbelastingaangiften in tegen het verlaagde tarief. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat hij oordeelde dat het algemene tarief van toepassing was. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Hof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel, omdat niet was gebleken dat de Inspecteur afweek van een eigen beleidslijn en omdat de Inspecteur niet bevoegd was ten aanzien van vergelijkbare ondernemers in andere ambtsgebieden.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte alleen heeft gekeken naar de bevoegdheid van de inspecteur op het moment van het geding, terwijl ook de bevoegdheid ten tijde van naheffing, aanslagoplegging of uitspraak op bezwaar relevant is. Hierdoor is een onjuiste maatstaf toegepast bij de toetsing van het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad verklaart het middel gegrond en vernietigt het arrest van het Hof.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing in meervoudige kamer, met inachtneming van het arrest. Tevens wordt belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten. De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht voor het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor herbeoordeling naar het Gerechtshof Amsterdam.