ECLI:NL:HR:1995:AA3142
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsgrondslag onroerendgoedbelasting na verbeteringen
Belanghebbende kreeg voor 1992 aanslagen onroerendgoedbelasting opgelegd voor vier panden aan de a-straat in Leiden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen, maar het Hof vernietigde dit en verminderde de aanslagen voor twee panden vanwege een lagere heffingsgrondslag.
De discussie betrof de waardering van de onroerende zaken op basis van de Verordening onroerendgoedbelastingen 1992, waarbij de waardepeildatum 1 januari 1990 was. Belanghebbende had in 1990 werkzaamheden laten verrichten die volgens de Inspecteur tot waardevermeerdering zouden leiden.
Het Hof oordeelde echter dat de werkzaamheden niet als verbetering in de zin van de Verordening konden worden aangemerkt en dat waardevermeerdering pas bij de volgende waardepeildatum in aanmerking kon worden genomen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Inspecteur.
De Hoge Raad vond dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven over het begrip verbetering en dat het oordeel feitelijk was en in cassatie niet kon worden getoetst. De proceskosten werden niet aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Inspecteur wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.