ECLI:NL:HR:1995:AA3139
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens oninbare vorderingen
Belanghebbende, X B.V., kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd voor het tijdvak 1 januari 1991 tot en met 29 februari 1992. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage. X B.V. stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De zaak betreft teruggaafverzoeken van omzetbelasting die X B.V. had voorgeschoten namens haar cliënten, die vervolgens in gebreke bleven met betaling van de facturen. De belastingdienst verleende onder voorbehoud teruggaven, maar stelde later een naheffingsaanslag vast nadat nader onderzoek uitwees dat de vorderingen oninbaar waren.
Het Hof oordeelde dat noch de wet noch richtlijnen recht gaven op teruggaaf in deze situatie en dat het verlenen van teruggaven in strijd was met juiste wetstoepassing. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij tevens werd geoordeeld dat geen proceskostenveroordeling op zijn plaats was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens oninbare vorderingen.