ECLI:NL:HR:1995:AA3124
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over wetsontduiking bij aandelenoverdracht en verwijst terug
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Hij ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag bevestigde. De zaak betrof complexe aandelenoverdrachten binnen familiebedrijven, waarbij de Inspecteur de winst aanmerkte als inkomen uit vermogen onder toepassing van het leerstuk wetsontduiking.
Het Hof oordeelde dat de transacties een samenhangend geheel vormden en dat belanghebbende als aandeelhouder vermoedelijk handelde met belastingverijdeling als doorslaggevend motief, tenzij hij het tegendeel aannemelijk maakte. De Hoge Raad stelt dat dit oordeel een onjuiste bewijslastverdeling inhoudt. De Inspecteur moet aannemelijk maken dat aan de vereisten van wetsontduiking is voldaan.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de transacties, die het uittreden van de vader als aandeelhouder mogelijk maakten, als belastingverijdeling moeten worden aangemerkt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling met nadere motivering.