ECLI:NL:HR:1995:AA3122
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belastingaanslag en toepassing van wetstoepassing bij aandelenverkoop
Belanghebbende en zijn echtgenote hielden alle aandelen in A B.V., die op haar beurt alle aandelen hield in B B.V., een onderneming. In 1985 werden diverse transacties verricht waarbij B werd verkocht aan C B.V., eveneens in handen van belanghebbende en zijn echtgenote, gevolgd door de verkoop van A aan een financiële instelling. Hierbij werden pensioen- en stamrechtverplichtingen overgenomen en schulden afgelost.
De Inspecteur had een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar deels werd verminderd, doch het Hof bevestigde deze aanslag. Belanghebbende stelde in cassatie dat de transacties niet primair gericht waren op belastingverijdeling, maar het Hof oordeelde dat de transacties voornamelijk privébelangen dienden en dat het argument van bedrijfsopvolging onvoldoende was.
De Hoge Raad bevestigt de jurisprudentie omtrent de wetstoepassing bij verkoop van aandelen waarbij het belang bij de onderneming grotendeels behouden blijft. De uitzondering op deze wetstoepassing geldt slechts indien het overgebrachte vermogen minder dan 10% van het totale vermogen bedraagt, wat hier niet het geval was. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting over 1985.