ECLI:NL:HR:1995:AA3120
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aanmerkingsvraag personenauto bij dubbele cabine en verwijst terug
Belanghebbende, een technisch illustrator, gebruikte een Volkswagen Transporter met dubbele cabine deels privé en rekende deze tot zijn ondernemingsvermogen. De Inspecteur verhoogde het belastbaar inkomen met een toevoeging wegens privégebruik op grond van artikel 42, lid 2, Wet op de inkomstenbelasting 1964, omdat de auto als personenauto werd aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de auto als personenauto moest worden beschouwd, omdat het voertuig uit hoofde van zijn bouw geschikt was voor personenvervoer, tenzij dit ondergeschikt was aan ander gebruik. Het hof vond dat belanghebbende dit niet aannemelijk had gemaakt en wees het beroep af.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof ten onrechte niet heeft onderzocht of belanghebbende mocht vertrouwen op de Leidraad bijzondere verbruiksbelastingen, waarin onder voorwaarden auto's met dubbele cabine niet als personenauto's worden aangemerkt. Dit vertrouwen is relevant omdat artikel 42 van Pro de Wet verwijst naar artikel 50 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968, waar dezelfde definitie geldt.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor nader onderzoek naar de voorwaarden van de Leidraad BVP en het vertrouwen daarop. De Hoge Raad wijst proceskosten af en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het vertrouwen op de Leidraad bijzondere verbruiksbelastingen.