ECLI:NL:HR:1995:AA3119
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over naheffingsaanslag omzetbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1987-1990 ter hoogte van ƒ 603,--, welke na bezwaar en beroep door het Hof Amsterdam werd bevestigd. De Hoge Raad nam het cassatieberoep van belanghebbende in behandeling en onderzocht de rechtmatigheid van de naheffing.
Het Hof had geoordeeld dat de Inspecteur terecht 13% van ƒ 4.644,-- had nageheven op grond van artikel 15 lid 1 van Pro de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 en artikel 42 lid 2 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Hoge Raad stelde echter vast dat dit oordeel niet stand kon houden, mede gelet op een gelijktijdig gewezen arrest (nr. 30.460) waarin een soortgelijke kwestie werd behandeld.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling in een meervoudige kamer. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het door belanghebbende betaalde griffierecht van ƒ 300,-- moet vergoeden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.