ECLI:NL:HR:1995:AA3090
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over premieheffing volksverzekeringen bij dubbele verzekeringsplicht Nederland-Duitsland
Belanghebbende, een in Nederland woonachtige tandarts die in Duitsland als zelfstandige werkzaam was en verplicht verzekerd was bij het Duitse V.Z.A., werd voor 1980 aangeslagen voor premieheffing volksverzekeringen in Nederland. Het hof had de aanslag verminderd, maar de premieheffing voor AKW en AWBZ in stand gelaten. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris gingen in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat het Verdrag inzake sociale verzekering tussen Nederland en Duitsland (1951) artikel 4, lid 1, bepaalt dat premies slechts in het werkland geheven mogen worden indien sprake is van dubbele verzekeringsplicht op grond van wettelijke regelingen waarop het Verdrag betrekking heeft. De regeling van het V.Z.A. wordt als een wettelijke regeling in de zin van het Verdrag aangemerkt, waardoor belanghebbende niet premieplichtig is in Nederland voor AOW, AWW en AAW.
Verder volgt uit de samenhang van de wetgeving dat als voor deze volksverzekeringen geen premie geheven kan worden, dit ook geldt voor AKW en AWBZ. De aanslag is daarom onterecht opgelegd en wordt vernietigd. De Hoge Raad wijst belanghebbende toe het betaalde griffierecht en stelt hem in de gelegenheid zich uit te laten over proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de aanslag en het arrest van het hof en oordeelt dat belanghebbende niet premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen over 1980.