ECLI:NL:HR:1995:AA3082
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep inzake verklaring investeringen Wet investeringsrekening
X B.V. heeft beroep ingesteld tegen een beschikking van de Minister van Economische Zaken betreffende een verklaring omtrent investeringen op grond van de Wet investeringsrekening (WIR). Na eerdere procedures en een gedeeltelijke afwijzing handhaafde de Minister zijn beschikking, waarna het College van Beroep voor het Bedrijfsleven het beroep van X niet-ontvankelijk verklaarde.
X stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelde of het College als onafhankelijke rechterlijke instantie kan worden aangemerkt en of de middelen van cassatie ontvankelijk zijn. Middelen die zich richtten op het oordeel dat X niet de betrokken ondernemer was, konden niet tot cassatie leiden omdat dit oordeel niet onder artikel 1 van Pro de WIR viel.
Het beroep op het ontbreken van een onafhankelijke rechterlijke instantie faalde omdat de relevante artikelen van de Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie niet van toepassing zijn verklaard voor beslissingen als deze. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde X niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en het beroep bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven blijft niet-ontvankelijk.