ECLI:NL:HR:1995:AA3079
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vermogensaftrek en buitenlandse winkelpanden in vennootschapsbelasting 1983
Belanghebbende, een BV die een fiscale eenheid vormt met dochtervennootschappen waaronder een Belgische eigenaar van winkelpanden, werd geconfronteerd met een aanslag vennootschapsbelasting 1983. De Inspecteur legde een aanslag op, die na bezwaar deels werd verminderd vanwege aftrek van buitenlandse winst. Het Gerechtshof handhaafde deze vermindering.
In cassatie stond centraal of de boekwaarde van de Belgische winkelpanden buiten de grondslag voor vermogensaftrek moest blijven, op grond van artikel 14a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en artikel 8 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat deze vermogensbestanddelen buiten aanmerking moeten blijven omdat de winst uit deze panden uitsluitend in België wordt belast en een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat de bepaling alleen ziet op vermogensbestanddelen met een organische samenhang tot een zelfstandige onderneming of een gedeelte daarvan. De wetsgeschiedenis en strekking maken duidelijk dat vermogensaftrek niet mag worden toegepast op winst die niet aan Nederlandse belastingheffing is onderworpen. Proceskosten werden niet toegewezen. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de Belgische winkelpanden niet voor vermogensaftrek in aanmerking komen.