ECLI:NL:HR:1995:AA3076
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing op privégebruik auto woon-werkverkeer boven 30 km
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen over 1990, waarbij een forfaitair percentage van de catalogusprijs van een ter beschikking gestelde auto werd gerekend tot het belastbaar inkomen. Na bezwaar en beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals gewijzigd per 4 juli 1990, een forfaitair percentage van 24% van de catalogusprijs hanteert voor het privégebruik van een auto bij woon-werkverkeer over meer dan 30 kilometer. De wetsgeschiedenis toont dat dit percentage is ingevoerd om het autoverkeer en woon-werkverkeer terug te dringen en sluit aan bij de beperking van aftrekbare reiskosten.
Het cassatiemiddel dat stelde dat deze regeling ongelijk zou discrimineren op basis van afstand faalde. De Hoge Raad stelde dat de wetgever geen onderscheid wilde maken naar afstand anders dan de forfaitaire verhoging. De vraag of de regeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel ten opzichte van andere gevallen bleef onbesproken wegens feitelijke onderzoeksvragen die in cassatie niet aan de orde zijn.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.