ECLI:NL:HR:1995:AA3071

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 1995
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30009
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Bellaart
  • Van der Putt-Lauwers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen aanslag inkomstenbelasting 1989

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 215.823,--. Na bezwaar van belanghebbende handhaafde de Inspecteur de aanslag. Vervolgens ging belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de aanslag bevestigde.

Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad met twee middelen. De Staatssecretaris van Financiën bestreed dit beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verwierp het beroep. Het arrest werd op 15 maart 1995 in het openbaar uitgesproken door de vice-president Jansen als voorzitter, met raadsheren Bellaart en Van der Putt-Lauwers.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 19 november 1993 betreffende de hem voor het jaar 1989 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1989 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 215.823,--. Deze aanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en heeft daarbij twee middelen van cassatie voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 15 maart 1995 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Bellaart en Van der Putt-Lauwers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.