ECLI:NL:HR:1995:AA3057
Hoge Raad
- Cassatie
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over aftrekbaarheid reiskosten docent beeldende vorming
Belanghebbende, een docent beeldende vorming, maakte kosten voor het bezoeken van musea en exposities om lesmateriaal te verzamelen en te beoordelen of deze geschikt waren voor schoolbezoeken. Deze kosten, bestaande uit reiskosten en toegangsgelden, bedroegen in totaal ƒ 1.200,--.
De Inspecteur had de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor 1990 verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 50.365,--. Het Hof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en stelde het belastbaar inkomen op ƒ 49.165,--, waarbij het de gemaakte kosten als aftrekbaar beschouwde.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat de kosten moeten worden aangemerkt als kosten van excursies en studiereizen in de zin van artikel 36, lid 1, letter j, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, en derhalve niet aftrekbaar zijn. Het middel van de Staatssecretaris werd gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Een subsidiair standpunt van belanghebbende werd verworpen omdat dit berustte op feiten die niet voor het Hof aan de orde waren geweest en die in cassatie niet onderzocht kunnen worden. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten aan partijen.
De uitspraak werd op 11 oktober 1995 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Urlings, Zuurmond en Herrmann.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat de reiskosten niet aftrekbaar zijn.