ECLI:NL:HR:1995:AA3051
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling foutenleer en balanscontinuïteit in vennootschapsbelasting over huurkoopvordering
X B.V. voerde een onderneming in een fabriekscomplex dat zij in 1980 in huurkoop verkocht aan een b.v. in oprichting. De huurkoopsom bedroeg ƒ 918.500,-- met een nominale rente van 8%. In de aangifte vennootschapsbelasting 1981 werd slechts een deel van de winst correct verwerkt, waardoor een bedrag van ƒ 671.216,-- onbelast bleef.
De Inspecteur stelde dat het gehele verschil in het oudste nog openstaande jaar, 1985, mocht worden belast, omdat herstel via navordering over 1981 niet mogelijk was. Het Hof bevestigde dit standpunt en kwalificeerde de fout als een ambtelijk verzuim, waarbij het beginsel van balanscontinuïteit het herstel in een later jaar rechtvaardigt.
X B.V. stelde in cassatie dat het hier een incidentele rekenfout betrof die niet via de foutenleer hersteld kon worden en dat de foutenleer in strijd was met artikel 104 van Pro de Grondwet. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de foutenleer een uitlegging is van de wet die in overeenstemming is met de Grondwet. De uitspraak bevestigt dat het beginvermogen van een jaar gelijk moet zijn aan het eindvermogen van het voorgaande jaar, en dat fouten in balanswaarderingen hersteld kunnen worden in latere jaren zonder strijd met de formele rechtszekerheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. is verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.