ECLI:NL:HR:1995:AA3035
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale fusie bij aandelenoverdracht en gelieerde vennootschappen
Belanghebbende en A B.V. hebben gezamenlijk verzocht om de verwerving van aandelen in B B.V. door middel van uitgifte van eigen aandelen aan te merken als een fusie volgens artikel 40, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Inspecteur wees dit verzoek af, en het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze afwijzing. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van belanghebbende verworpen.
De Hoge Raad overwoog dat hoewel belanghebbende en A samen alle aandelen in B verwerven, dit niet leidt tot een fusie in fiscale zin omdat de ondernemingen niet duurzaam financieel en economisch worden samengebracht. Ook vormen de beheersmaatschappijen geen eenheid en zijn belanghebbende en A geen gelieerde vennootschappen, wat noodzakelijk is voor het ontstaan van een duurzame eenheid.
De Hoge Raad benadrukte de strekking van artikel 40, die gericht is op het verzachten van aanmerkelijke belangheffing bij fusies die leiden tot grotere, weerbare productie-eenheden. De regeling is beperkt tot situaties waarin bedrijven duurzaam worden samengevoegd, wat hier niet het geval is. Het beroep is daarom verworpen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de aandelenoverdracht kwalificeert niet als een fusie volgens artikel 40, lid 2, Wet op de inkomstenbelasting 1964.