ECLI:NL:HR:1995:AA3025
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingaanslag na onderzoek FIOD en huiszoeking
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1982 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ610.885,--. Na beroep vernietigde de Hoge Raad in 1992 een eerdere uitspraak en verwees de zaak terug naar het Hof te 's-Gravenhage. Dit Hof vernietigde de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ94.045,--.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. Kern van het geschil was een bedrag van ƒ148.206,-- dat belanghebbende via declaraties op een Zwitserse bankrekening had ontvangen, maar dat niet in de boekhouding van zijn B.V. was opgenomen. Dit bedrag werd door de Inspecteur bij het belastbaar inkomen geteld.
Belanghebbende voerde aan dat de FIOD onrechtmatig had gehandeld bij het verkrijgen van bewijsstukken, met name door een onjuiste en misleidende samenvatting van verklaringen te overleggen voor het verkrijgen van huiszoekingsbevel. Het Hof oordeelde echter dat, zelfs indien sprake zou zijn van misleiding, de Rechtbank het huiszoekingsbevel ook zonder die onjuiste voorstelling van zaken zou hebben verleend. Dit oordeel is feitelijk en niet toetsbaar in cassatie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het bedrag van ƒ148.206,-- volledig tot het belastbaar inkomen behoort. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 25 januari 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aanslag inkomstenbelasting inclusief de bijtelling van ƒ148.206,--.