ECLI:NL:HR:1995:AA3020
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid procentuele defiscalisering studiefinanciering in inkomstenbelasting
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen over 1991, waarbij de Inspecteur een belastbaar inkomen had vastgesteld inclusief een volledige aftrekbeperking van studiekosten gerelateerd aan een basisbeurs voor uitwonende studenten.
Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof bevestigde de aanslag en oordeelde dat de Inspecteur de wettelijke bepalingen correct had toegepast, met name artikel 46 lid 9 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 in samenhang met de Wet op de studiefinanciering en de uitvoeringsregeling.
Belanghebbende voerde aan dat de procentuele defiscalisering van studiefinanciering leidt tot ongelijke behandeling van belastingplichtigen, maar de Hoge Raad verwierp dit betoog. De wetgever heeft volgens de Hoge Raad een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor deze regeling gekozen vanwege uitvoerbaarheid en doelmatigheid.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 8 februari 1995 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.