ECLI:NL:HR:1995:AA3018
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aftrekbaarheid verhuiskosten bij verhuizing in verband met nieuwe dienstbetrekking
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Het Hof Amsterdam vernietigde de Inspecteursuitspraak en stelde de aanslag verder naar beneden bij, waarbij het oordeelde dat verhuiskosten aftrekbaar zijn indien de nieuwe woning binnen 10 kilometer van de werkplek ligt, zonder nader onderzoek naar de beweegredenen van de verhuizing.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad overwoog dat het arrest waarop het Hof zich baseerde alleen ziet op verhuizingen in verband met het aanvaarden van een nieuwe dienstbetrekking, waarbij de belastingplichtige aannemelijk moet maken dat dit het geval is. De Hoge Raad stelde dat het Hof een onjuiste maatstaf hanteerde door niet te onderzoeken of de verhuizing verband hield met de nieuwe dienstbetrekking.
Belanghebbende had gesteld dat haar verhuizing verband hield met haar nieuwe dienstbetrekking vanaf 1986, ondanks het tijdsverloop tot 1989. De Hoge Raad achtte dit een relevante stelling die nader onderzocht moet worden en verwees de zaak terug naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor nadere behandeling.