ECLI:NL:HR:1995:AA1694
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over omzetbelasting stalling paarden en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een landbouw- en manegebedrijf exploiteert, had over het eerste kwartaal van 1989 omzetbelasting betaald en hiertegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur weigerde teruggaaf, waarna het Hof Den Haag dit besluit bevestigde. Belanghebbende ging in cassatie tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat het stallen van paarden niet kwalificeert als agrarische prestatie in de zin van artikel 27 lid 1 onderdelen Pro a en b van de Wet op de omzetbelasting 1968. De stelling van belanghebbende dat het stallen bijdraagt aan agrarische productie werd verworpen.
Echter, de Hoge Raad vond het onbegrijpelijk dat het Hof niet had meegewogen dat de verhuur van vaste paardenboxen mogelijk als vrijgestelde verhuur van onroerend goed moet worden aangemerkt, en dat dit onderdeel van de prestatie mogelijk overheerst. Ook het oordeel over de levering van voer werd in dat licht onhoudbaar geacht.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing, waarbij het arrest in acht moet worden genomen. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Den Haag wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.