ECLI:NL:HR:1995:AA1693

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 1995
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30722
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Stoffer
  • Zuurmond
  • Fleers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek verhuiskosten als kosten verwerving inkomen

Belanghebbende, voormalig wethouder, kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 87.175. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de verhuiskosten aftrekbaar waren als kosten van het verwerven van inkomen.

Het Hof had vastgesteld dat belanghebbende verhuisde naar een andere plaats om zijn positie op de arbeidsmarkt te verbeteren, maar oordeelde dat het verband tussen de verhuiskosten en de inkomsten uit dienstbetrekking te vaag was om deze kosten als aftrekbaar te erkennen. Dit oordeel werd in cassatie niet bestreden.

De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 20 september 1995 uitgesproken door de vice-president Stoffer en raadsheren Zuurmond en Fleers.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de afwijzing van de aftrek van verhuiskosten.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 september 1994 betreffende de hem voor het jaar 1990 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 87.175,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten 3.1. Het Hof heeft het volgende als vaststaand aangemerkt. Belanghebbende was tot 3 mei 1990 wethouder in Q. Daarna was hij werkloos en ontving hij een wachtgelduitkering. Met ingang van 1 juli 1990 is belanghebbende verhuisd van Q naar Z. Per 3 september 1990 heeft hij in deeltijd een baan bij A in de regio S aanvaard. 3.2. Het Hof heeft, uitgaande van zijn in cassatie niet bestreden oordeel dat belanghebbende naar Z is verhuisd ten einde een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt te verkrijgen, vervolgens terecht geoordeeld dat het verband tussen de verhuiskosten en inkomsten uit dienstbetrekking te vaag en te onbestemd is om die kosten als aftrekbare verwervingskosten aan te merken. De klachten falen derhalve.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 20 september 1995 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter en de raadsheren Zuurmond en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Den Ouden, en op die datum in het openbaar uitgesproken.