ECLI:NL:HR:1995:AA1661
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwijtschelding motorrijtuigenbelastingverhoging wegens vertraging en proceskostenveroordeling
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode 16 december 1988 tot 30 september 1989, inclusief een verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en de weigering tot kwijtschelding van de verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag bevestigde maar de verhoging wegens vertraging geheel kwijtscheldde en de Staat veroordeelde tot betaling van proceskosten.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het oordeel over de proceskostenveroordeling. Hij voerde aan dat een bestuursorgaan alleen bij verwijtbaar handelen in proceskosten veroordeeld kan worden, en dat de vertraging niet aan de Inspecteur te wijten was. Het Hof zou artikel 5a WARB onjuist hebben toegepast.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht de verhoging kwijtschold wegens de vertraging in de procedure, waardoor belanghebbende deels in het gelijk werd gesteld. Dit rechtvaardigde een proceskostenveroordeling ten laste van de Staat, ongeacht verwijtbaarheid. Het cassatieberoep werd verworpen en de proceskostenveroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de kwijtschelding van de verhoging en de proceskostenveroordeling ten laste van de Staat.