ECLI:NL:HR:1995:AA1653
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over waardering onroerende zaak en verwijst terug
Belanghebbende, eigenares van een kloostergebouw te Z, kreeg voor 1991 aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd op basis van een heffingsgrondslag van ƒ 8.937.000,--. Na bezwaar handhaafde de gemeente de aanslag, maar het hof verminderde deze tot een waarde van ƒ 5.362.000,--. De gemeente stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overweegt dat het hof de gemeente ten onrechte niet voldoende gemotiveerd heeft laten betwisten dat de waarde in het economische verkeer lager is dan de vervangingswaarde. Volgens vaste jurisprudentie geldt dat bij een onroerende zaak met een markt en een koper die het pand wil verwerven met handhaving van bestemming, de waarde wordt bepaald door de kosten van nieuwbouw.
Het taxatierapport van de gemeente stelde de waarde op ƒ 8.937.000,--, gelijk aan de vervangingswaarde, en motiveerde dit met het feit dat een koper dezelfde investering zou moeten doen. Het hof had dit rapport niet zonder nadere motivering mogen afwijzen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. De Hoge Raad veroordeelt de gemeente niet in proceskosten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nadere motivering over waardering.