ECLI:NL:HR:1995:AA1650
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens schending hoor en wederhoor bij proceskostenvergoeding na beroepintrekking
Belanghebbende stelde beroep in bij het Hof Arnhem tegen een aanslag inkomstenbelasting, maar trok dit beroep in nadat de Inspecteur tegemoet was gekomen. Bij intrekking verzocht belanghebbende om een proceskostenvergoeding. Het Hof wees dit verzoek toe en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden doordat de Inspecteur geen gelegenheid had gekregen te reageren op een brief van belanghebbende die na het verweer was ingediend en die het Hof wel had meegewogen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij de Inspecteur alsnog gelegenheid moet krijgen te reageren. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat in cassatie geen grond bestond voor een proceskostenveroordeling.
De zaak betreft de uitleg en toepassing van artikel 5a, lid 3, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken (Wet ARB) omtrent proceskostenveroordeling bij intrekking van een beroep. De Hoge Raad benadrukte het belang van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor, ook bij verzoeken om proceskostenvergoeding na intrekking van een beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem wegens schending van hoor en wederhoor en verwijst de zaak naar het Hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.