ECLI:NL:HR:1995:AA1635
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen schending gelijkheidsbeginsel bij wijziging vermogensaftrek en afschaffing voorraadaftrek
X B.V. maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 1986/1987, waarbij de vermogensaftrek was verlaagd en de voorraadaftrek was afgeschaft volgens de Wijzigingswet van 30 september 1986. De onderneming voerde aan dat de wet ongelijk omging met ondernemingen met een gebroken boekjaar, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel zoals neergelegd in artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBP).
De rechtbank en het hof bevestigden de aanslag. In cassatie stond centraal of de ongelijke behandeling van ondernemingen met een gebroken boekjaar ten opzichte van kalenderjaarondernemingen objectief en redelijk gerechtvaardigd was. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever een beoordelingsvrijheid heeft en dat budgettaire overwegingen een redelijke rechtvaardiging kunnen vormen.
Hoewel de ongelijke behandeling een vorm van discriminatie kan zijn, oordeelde de Hoge Raad dat de gevolgen daarvan niet zodanig onaanvaardbaar waren dat een overgangsregeling noodzakelijk was. Praktische bezwaren en de complexiteit van een dergelijke regeling werden meegewogen. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de aanslag en de rechtmatigheid van de wetgeving.
De Hoge Raad legde geen proceskosten aan belanghebbende op en wees het beroep af in een uitspraak van 14 juni 1995, gewezen door de vice-president en raadsheren in raadkamer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aanslag vennootschapsbelasting zonder overgangsregeling voor gebroken boekjaren.