ECLI:NL:HR:1995:AA1629
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over verliesverrekening aandelen advocaat
Belanghebbende, een advocaat die aandelen hield in een B.V. waarin een advocatenpraktijk werd uitgeoefend, leed een verlies bij verkoop van deze aandelen. De Inspecteur kwalificeerde dit verlies als verlies uit aanmerkelijk belang, niet als verlies uit onderneming. Het hof bevestigde dit oordeel, ondanks het aanbod van belanghebbende om met getuigenbewijs aan te tonen dat de aandelen verweven waren met zijn onderneming.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het aanbod tot getuigenbewijs heeft genegeerd, aangezien dit bewijs van belang kan zijn voor de kwalificatie van het verlies. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en wordt de zaak verwezen naar het hof voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van deze overwegingen.
De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren op 21 juni 1995.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.